De oud-katholieke kerk op ’t Zand heeft een (helaas) beperkte toegangsmogelijkheid voor personen in een rolstoel. Via de zij-ingang van de kerk is het mogelijk om met een gewone rolstoel binnen te komen. In de hal is vervolgens een toegangsdeur naar de kerk – die dan betreden wordt via ’t priesterkoor van de kerk. In de kerk zelf zijn ook hoogteverschillen van telkens één trede. Hiervoor is een rolplank beschikbaar, maar soms is deze plank niet nodig, omdat er een persoon is die de persoon in de rolstoel bij het overbruggen van deze kleine hoogteverschillen kan helpen.
De zij-ingang van de kerk bevindt zich aan de Boldersstraat 2.


Informatie over het kerkgebouw en de kunst vindt u ook in de hoofdstukken aan de rechterzijde >
Omschrijving Kerkgebouw
Inleiding
ZAALKERK van de Oud-katholieke parochie van de Heilige Georgius, gelegen op de westhoek van ’t Zand en de Boldersstraat. De kerk heeft een klein voorterrein, dat links door de in de rooilijn van het belendende pand staande toren wordt besloten. Voordat deze kerk met sacristie naar ontwerp van W. van Gent in 1927 werd gebouwd, bevond zich hier vanaf 1692 een schuilkerk. Daarvoor was er een weeshuis gevestigd en nog vroeger een begijnhof. De kerk vormt de beëindiging van een historische gevelrij bestaande uit panden die alle een roomse- of oud-katholieke achtergrond hebben. Het pand, dat links aan de toren grenst, is in 1899 als oud-katholieke pastorie door architect H. Kroes ontworpen.
Het kerkgebouw is, gelet op de paraboolvormige entree, het expressieve metselwerk en de detaillering van bijvoorbeeld het uurwerk en in het interieur in de constructieve essentie met paraboolvormige transversaalbogen, vormgegeven in de stijl van de Amsterdamse School.
Verschillende zeventiende-eeuwse interieurelementen (w.o. zeven schilderijen met scènes uit het leven van Christus en Maria) uit de schuilkerk werden in de nieuwbouw opgenomen. De gesneden eikenhouten communiebank uit 1693, die als scheiding tussen altaar en schip dient, heeft zelfs als basismaat voor de huidige kerk gediend. In de kerk bevindt zich een orgel, dat in 1870 door August Gern werd gebouwd. De kerk bezit nog vrijwel geheel de toestand van 1927, waarbij onder meer het in patroon van de kerkvloer in overeenstemming vormgegeven kleed bij het altaar. Alleen aan de oostzijde is in 1964 een kleine uitbouw aangebracht, waarin zich de toegang tot de sacristie bevindt.
Omschrijving
De zaalkerk is gesitueerd op een rechthoekige plattegrond, met aan de noordzijde een smallere ruimte voor het priesterkoor. Het schip bestaat uit vier traveeën, die in de zijgevels ieder zijn voorzien van een topgevel. Schip en koor zijn zowel wat exterieur als interieur betreft symmetrisch van vorm. Dit geldt ook voor de ruimte, recht achter de kerk gelegen, die oorspronkelijk een `leeringlokaal’ bevatte.
De verschillende achter elkaar gelegen ruimten worden met hoogteverschillen tussen de met leien bedekte zadeldaken aangegeven. Voor het hoofdvolume van de kerkzaal is in een lager deel de entree ondergebracht. Aan de noordzijde bevindt zich, onder een lagere kap, het priesterkoor met daarvoor het nog lagere deel met het leeringlokaal. De risalerende toren aan de linkerzijde van de voorgevel bezit een zadeldak, bekroond door een kruis met windhaan.
De voorgevel (zuidzijde) wordt gedomineerd door de rechthoekige klokkentoren met daarnaast en teruggelegen, met een topgevel afgesloten voorgevel van het middenschip. In het midden van de gevel bevindt zich de toegangspartij, geflankeerd door twee halfronde muurdammen met daartussen een drietal natuurstenen treden. De diepe entree wordt overspannen door een paraboolvormig gewelf van gele bakstenen. in de nok van het gewelf is een paraboolvormige lamp van glas-in-lood aangebracht. De paraboolvormige dubbele deuren zijn met siersmeedwerk beslagen. In de zwart-witte tegelvloer onder het gewelf is een geometrisch motief aangebracht.In de zijvlakken van het portaal bevinden zich ingangen. De entree wordt omgeven door een in radialen gemetselde vorm. De entree wordt links geflankeerd door één en rechts door twee smalle vensters. Boven de entree bevindt zich een vierdelige vensterpartij, bestaande uit smalle rechthoekige vensters met glas-in-lood, onderling van elkaar gescheiden door eensteens bakstenen kolom. De middelste twee vensters zijn een derde hoger dan de buitenste twee vensters. Vlak onder de top van de voorgevel bevindt zich een klein venster. Op de nok, als afsluiting van de overigens bakstenen daklijst is een natuurstenen kruis aangebracht. De smalle hoge toren, met zadeldak tussen topgevels, nok haaks op de weg, verjongt naar boven toe en heeft op de begane grond twee smalle vensters en één smal venster naar boven toe. Een galmgat, met daarboven een uurwerk beslaat het bovenste deel van de toren, met in de topgevel een smal venster. De rechter zijgevel van de toren heeft begane gronds twee relatief grote vensters.
De achtergevel is uiterst sober en zakelijk vormgegeven en toont de drie in hoogte verspringende kappen boven een één bouwlaag hoge muur. De topgevel van het leeringlokaal heeft in de nok een rechthoekige schoorsteen, met daaronder op de eerste verdieping twee smalle vensters. Links in de uitbouw van de sacristie is een vierdelig strokenvenster aangebracht.
Het zicht op de linkerzijgevel wordt deels ontnomen door de daaraan grenzende pastorie. Drievierde deel van het schip is echter vrijstaand. De twee middelste van de vier traveeën waarin het schip van de kerk kan worden onderverdeeld, worden bekroond door topgevels. In deze traveeën bevinden zich vier smalle vensters, die door drie bakstenen muurdammen van elkaar zijn gescheiden. De twee middelste vensters zijn anderhalf zo hoog als de twee buitenste vensters. De vensters zijn met abstract-geometrisch glas-in-lood versierd. De linkertravee heeft een rechte lijstgevel, waarin vier even hoge smalle vensters, eveneens met glas-in-lood, zijn aangebracht. In de iets lagere zijmuur van het priesterkoor bevindt zich eenzelfde vensterpatroon. In de wederom iets lagere zijmuur van het voormalige leeringlokaal bevinden zich dubbele openslaande deuren met meervoudige bovenlichten. In afwijking tot de voorgevel van de toren bevindt het galmgat en het uurwerk zich in de bredere linkerzijgevel van de toren iets rechts van het midden.
De rechterzijgevel is in hoofdzaak gespiegeld identiek aan de linker zijgevel. Het schip is symmetrisch. Rechts bevindt zich een uitbouw. Het muurvlak van de sacristie is blind. De lagere uitbouw links daarnaast is van later datum.
Het interieur is in vrijwel gave toestand bewaard gebleven, gelet op de decoratie van de vloeren, de detaillering van wanden, vensters en het plafond, maar ook de koorbanken, kerkbanken en het vloerkleed bij het altaar.
Verschillende oudere elementen, zoals een koorbank, een altaarstuk, beeldbouwwerk en 17de-eeuwse schilderijen zijn in het nieuwe gebouw herplaatst. Het orgel met twee klavieren en pedaal met 13 registers, gemaakt in 1872 door de orgelmaker A. Gern in Londen onder gebruikmaking van een belangrijk deel 18e eeuws pijpwerk. Het instrument werd in 1977, bij de plaatsing te Amersfoort, van een nieuwe orgelkas voorzien die als van ondergeschikt belang wordt aangeduid.
Waardering
De oud-katholieke kerk van de Heilige Georgius is van algemeen belang vanwege zijn architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een zaalkerk, vormgegeven in de stijl van de Amsterdamse School met een samenhang tussen exterieur, interieur en meubilair. Het kerkgebouw is tevens van ensemblewaarde als markant element in een reeks gebouwen met een oud- of rooms-katholieke geschiedenis. De zaalkerk vormt een belangrijk onderdeel in het oeuvre van architect W. van Gent.
Omschrijving Pastorie
Inleiding
De direct in de rooilijn van ’t Zand gelegen PASTORIE op de hoek met St. Agathastraat, werd in 1899 door H. Kroes in opdracht van het bestuur van de Oud-Katholieke parochie van de Heilige Gregorius ontworpen. Het pand werd in een gecombineerde bouwstijl uitgevoerd met invloeden van de neorenaissance en de neogotiek.
Later werd de pastorie in gebruik genomen door de Zusters van Onze Lieve Vrouwe als woning voor een aantal zusters. Als gevolg hiervan werden op de zolder enkele kamers ingericht. Het interieur bezit nog oorspronkelijke details. Het exterieur is nauwelijks gewijzigd, alleen aan de achterzijde van de pastorie werd rond 1927 een schuur annex ketelhuis toegevoegd, die van ondergeschikt belang is. De pastorie maakt deel uit van een complex katholieke gebouwen (deels rooms-, deels oud-katholiek), dat aan de noordzijde van ’t Zand is gelegen. Links van de pastorie werd in 1910, eveneens naar ontwerp van H. Kroes, het rooms-katholieke patronaatsgebouw opgericht. In 1927 werd ter rechterzijde van de pastorie een kerk naar ontwerp van W. van Gent gebouwd. De kamer op de begane grond van de kerktoren werd toen met de woonkamer van de pastorie verbonden. Een houten deur met ijzeren hangwerk in de voorkamer op de eerste verdieping geeft toegang via een kleine ruimte in de toren, tot het balkon in de kerk.
Omschrijving
De deels onderkelderde pastorie bezit een trapeziumvormige plattegrond. De hoofdstructuur van het pand is nog aanwezig. Het pand bezit twee bouwlagen en een afgeplat schilddak, bedekt met blauwe kruispannen.
De voorgevel met links een trapgevel is rijk gedecoreerd. De linkerzijgevel is op twee kleine vensters na blind en sober, de rechterzijgevel grenst geheel aan de kerk. De sobere asymmetrische achtergevel is voorzien van een serre, een achteruitgang en meerdere vensters.
De voorgevel (zuidzijde) is onderverdeeld in vier traveeën met op beide bouwlagen, in diepe door oranje bakstenen en van een kraal voorzien geaccentueerde spaarbogen, éénlichtsvensters met tweelichtsbovenlicht met glas-in-lood. De vensters zijn voorzien van hardstenen onderdorpels op de gemetselde waterlijst. De entree is in de tweede travee van links ondergebracht. Een paneeldeur met glas-in-lood bovenlicht is bereikbaar via twee hardstenen treden. Boven de twee linker traveeën bevindt zich de trapgevel met overhoeks geplaatse pinakels. Deze pinakels worden bekroond door tentvormige afdekkingen met siersmeedwerk. In het midden van de trapgevel is, in een diep spaarboogveld, een smal éénlichtsvenster aangebracht. De twee traveeën rechts worden bekroond door een uitkragende muizentandlijst van oranje baksteen met daarboven een zakgoot. De gevel wordt horizontaal geleed door een uitgemetselde plint, ononderbroken waterlijsten en oranje bakstenen banden ter hoogte van de bovenzijde van de vensters. De dicht aan elkaar grenzende vensters zijn gelegen in diepe spaarboogvelden, met onder de gedrukte bogen rijk gekleurde baksteenoramentiek en gekruld loodwerk. Tussen en naast de bogen bevinden zich op elke bouwlaag vijf siermuurankers.
De achtergevel heeft de vorm van een lijstgevel. Op de begane grond bevindt zich van links naar rechts een brede, grotendeels glazen serre met glas-in-lood bovenlichten en daarnaast een deur en een T-venster. Op de verdieping zijn drie vensters aangebracht. De vensters en de deur hebben een tweelichts bovenlicht en worden overspannen door segmentbogen met in de spaarvelden eenvoudige baksteenornamentiek. Rechts voor de achteringang is sinds 1927 een vrijstaande schuur annex ketelhuis gelegen. Een gemetselde rondboog vormt de enige verbinding. Het gebouw bestaat uit één bouwlaag op een rechthoekige plattegrond, bedekt door een zadeldak. De bouwstijl van het bijgebouw is identiek aan de bouwstijl van de kerk.
De indeling van het interieur is, op de zolder na, ongewijzigd. In de centrale hal ligt de originele tegelvloer, vele deuren zijn geprofileerd, waarbij zich in de tussendeur in de gang een glas-in-loodvenster met Nieuwe Kunst-motieven bevindt, de trap met trappaal en balusters is authentiek en achter het thans verlaagde plafond in de kamers op de begane grond is het gestucte plafond nog aanwezig. De kozijnen bevatten begane gronds nog de vouwblinden die in de bestaande luikkasten worden opgeborgen.
Waardering
Het pand is van algemeen belang vanwege zijn architectuurhistorische waarde als gaaf voorbeeld van een pastorie, uitgevoerd in een bouwstijl met invloeden van de neorenaissance en de neogotiek. De pastorie valt op door zorgvuldige detaillering en verscheidenheid materiaalgebruik en bezit in het interieur nog enkele waardevolle onderdelen. De pastorie is tevens van ensemblewaarde in relatie tot een gave reeks van gebouwen met een katholieke achtergrond.
